Posted by on jul 18, 2013 in Archief | 0 comments

Februari 2011 | mr. Yvette de Regt-van Gompel

In Nederland geldt bij het versturen van post de zogenaamde ontvangsttheorie (art. 3:37 lid 3 BW). Dat wil zeggen dat een verklaring in een verzonden document pas werking heeft op het moment dat deze door de geadresseerde in ontvangst is genomen. Daarom worden belangrijke documenten vaak per aangetekende post of koerier verzonden, omdat het dan gemakkelijker aan te tonen zou zijn dat de geadresseerde de betreffende brief/verklaring heeft ontvangen. Echter een bewijs van verzending is niet altijd voldoende. Zodra immers betwist wordt dat de verklaring de geadresseerde heeft bereikt, ligt de bewijslast op de verzender. In het navolgende zal ik kort aangeven waarom het aangetekend versturen van documenten niet geheel waterdicht is. Daarnaast zal ik een oplossing aandragen om te voorkomen dat het niet bereiken van een (belangrijke) brief/verklaring door een geadresseerde voor rekening en risico van de afzender komt.

 

Aangetekend versturen niet geheel waterdicht

Dat het aangetekend versturen van documenten niet geheel zonder risico’s is voor de afzender, blijkt onder meer uit het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden d.d. 13 april 2010 (LJN-nummer: BM2180). Het betrof hier een letselschadezaak, waarin een aangetekende brief moest voorkomen dat het recht op schadevergoeding zou verjaren. De betreffende stuitingbrief was zowel per gewone post als aangetekend verzonden. De aangetekende brief is vervolgens –zoals blijkt uit de poststempels en -stickers- tot twee maal toe (tevergeefs) op het bewuste adres aangeboden. Vervolgens is de brief door (destijds) TGP Post als onbestelbaar geretourneerd aan de afzender, omdat de brief niet door de geadresseerde is opgehaald. De afzender stelt nu dat het niet afhalen van de bewuste brief voor rekening en de verantwoordelijkheid van de geadresseerde komt, mede gezien het feit dat het bekend is dat een postbode een briefje achterlaat met de mededeling waar en tot wanneer het aangetekende stuk kan worden afgehaald.

 

Echter de geadresseerde heeft ontkend zowel de brief per gewone post te hebben ontvangen als ook een briefje van de postbode te hebben ontvangen waar de aangetekende brief afgehaald zou kunnen worden. Het niet bereiken van de bewuste brief zou dus volgens de geadresseerde voor rekening van de afzender dienen te komen.

 

Het Hof heeft in deze zaak het volgende overwogen. Nu betwist is dat de bewuste brief is ontvangen ligt de bewijslast op de afzender. De afzender is er niet in geslaagd te bewijzen dat brief per gewone post dan wel per aangetekende post is ontvangen. Evenmin heeft deze voldoende aannemelijk kunnen maken dat de postbode, nadat deze tot twee maal toe “geen gehoor” heeft gekregen, een afhaalbericht heeft achtergelaten. Dit mag dan wel de gebruikelijke gang van zaken zijn, doch daarmee is op zichzelf nog niet bewezen dat die gang van zaken ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Nu de afzender eveneens niet heeft kunnen bewijzen dat een afhaalbericht is achtergelaten, dient de afzender de gevolgen van het niet bereiken van de betreffende brief te dragen.

 

De bewijslast op de afzender ligt dus hoog. Een aangetekende brief betekent dus niet vanzelfsprekend dat het niet ophalen van de brief voor rekening en de verantwoordelijkheid van de geadresseerde komt. De afzender moet expliciet bewijs hebben dat de aangetekende brief daadwerkelijk aangeboden is.

 

Een oplossing

Nu blijkt dat een geadresseerde eenvoudig kan stellen dat hij een brief niet heeft ontvangen, zodat daarmee de bewijslast op de afzender komt te liggen, dient bij belangrijke post ervoor gezorgd te worden dat achteraf bewezen kan worden dat het betreffende document wel (tijdig) door de geadresseerde ontvangen is. Een oplossing hiervoor is om de brief door een deurwaarder te laten bezorgen. Deze zal trachten de brief persoonlijk te overhandigen. Mocht hij echter niemand thuis aantreffen, dan zal hij deze in de brievenbus achterlaten. De deurwaarder heeft niet per se een handtekening van de geadresseerde nodig, zijn verklaring waaruit blijkt dat hij de brief heeft bezorgd is voldoende. Deze verklaring zal hij vastleggen in een zogenaamd exploot, waarvan de afzender een afschrift ontvangt. Deze schriftelijke verklaring van de deurwaarder levert dwingendrechtelijk bewijs op dat de brief is bezorgd. Weliswaar is een dergelijke bezorging duurder, maar bij documenten waaraan belangrijke rechtsgevolgen zijn gekoppeld, is het zeker een overweging waard.